Travel Journal

Groen Groener Groenst

(Saturday 27 November 2010) by fietsendeknarren
We zijn vroeg bij de grens en om half tien 's-morgens fietsen we Laos binnen. Het grensgebeuren was zo gepiept en vrij gemakkelijk. We fietsen nu westerlijk naar Savannaketh, dat is 255 kilometer verder. De weg is goed, tweebaans en af en toe komt er een brommer of auto langs. Hele stukken waar we alleen zijn en dat is een verademing na het drukke Vietnam. Je gaat wel zo'n 50 jaar terug in de tijd, dat gevoel had ik teminste. De huizen zijn allemaal heel eenvoudig gebouwd, de meeste van hout en op palen in groepjes bij elkaar. Hierdoor ontstaan er in het landschap hele mooie dorpjes.
Laotiaans dorpje
Laotiaans dorpje
Met hier en daar een heel nieuw huis ertussen en als je rijk bent is het van steen. De natuur is prachtig, het mooiste dat we tot u toe gefietst hebben, vind ik. Ongerept en overweldigend groen met mooie rivieren, hele velden geelachtig van kleur en daar tussen buffels die vredig grazen, prachtig om te zien, het zou een schilderij van Van Gogh kunnen zijn.
prachtig landschap
prachtig landschap
Het gebied, waar wij nu door fietsen, is vrij primitief dus we slapen ook primitief. In guesthouses zonder warm water, zelfs geen wastafel en een stortbak boven de toilet al helemaal niet; het gebeuren spoel je weg met een kannetje. We hebben zelfs op een toilet gezeten met je rug naar de deur. In de dorpen waar we door fietsen, kan het gebeuren, dat we in een restaurant zitten en eten via zinnen uit de lonely planet willen bestellen. Maar dat gaat niet, want er zijn nogal wat mensen die niet kunnen lezen. Toch kunnen we wel elke keer weer een slaapplaats vinden. In Savannaketh nemen we een hotel uit de Lonley Planet. Dat is een spookachtig hotel met minstens 100 kamers en zijn de enige gasten. De volgende dag gaan we op zoek naar een ander hotel en verkassen. We komen in een leuk hotel terecht, waar 's-avonds een groep Nederlanders komt binnenrollen. We worden uitgenodigd om met ze te gaan eten, dat doen we natuurlijk, het was erg gezelllig. Ook de restaurantjes, die in de Lonely Planet stonden, zijn er veellal niet meer. Oorzaak, een verouderde planet, in december 2010 komt de nieuwe uit, dus net te laat voor ons. Savannaketh zelf is niet veel. We maken wel een trekking door een heel mooi woud. De gids laat ons allerlei soorten planten eten en drinken doen we uit een door de man afgekapte tak, waar water in zit. Het smaakt echt naar water.
water uit een tak drinken
water uit een tak drinken
Zelf neemt de man nog een hapje termieten (wij hadden niet zo'n trek). Omdat je een hele dag onderweg bent, is er eten op de markt gekocht door de gids. Kleefrijst, gedroogde kip op een stokje en gedroogd buffelvlees.
gedroogd buffelvlees en kip
gedroogd buffelvlees en kip
Op een kleedje met je handen eten en daarna een dutje van een uur midden in het woud. 's-Middags gaan we naar een dorpje. Deze mensen leven nog echt van de natuur. Onderweg zagen we een paar vrouwen planten uit het water vissen, die gekookt worden en in de soep gaan. In het dorp zelf zie ik een vrouw voor een teil met kakkerlakken zitten. Ze maakt ze schoon, dat wil zeggen, ze rukt de poten eraf en de ingewanden eruit en dan gaan ze op de barberque, eet smakelijk. We bezoeken in Savanaketh ook nog een zoutmijn
zout scheppen
zout scheppen
en het is leuk om te zien hoe het zout gewonnen en verwerkt wordt. Het zoute water wordt in bassins gepompt. De zon doet het water vervolgens verdampen, zodat het zout achter blijft. Is er weing zon, dan wordt het water verwarmd door een houtvuur onder het bassin. Er werken zo'n vijftig gezinnen en elk gezin heeft zijn eigen bassin. We gaan nu verder naar het zuiden op weg naar Pakse. We rijden op de snelweg, maar zo heerlijk rustig. We hebben een felle wind tegen en gaan de hele dag heuveltje op en af. De weg is helaas niet meer dat gladde asfalt, maar meer een soort heel grof zoab, wat nogal wat weerstand geeft en als je niet oplet problemen. Omdat het een grof wegdek is zie je niet alles liggen en hier krijg ik de eerste lekke band. Een grote pin gaat dwars door de buitenband, twee gaten in de binnenband en komt er aan de zijkant van de buitenband weer uit, dus behoorlijk wat kapot. We moeten het gat aan de buitenband repareren, anders komt de binnenband naar buiten. Willem plakt een hele grote plakker aan de binnenkant van de buitenband en nu maar hopen dat het nog een tijdje mee gaat. In Pakse hebben we een heel fijn hotel en er tegenover is een massage gebeuren, waar we ons heerlijk laten masseren. Een weldaad voor de spieren, alhoewel ze wel hard knijpt en het soms ook best pijnlijk is. Pakse zelf is niet veel. Er is wel een grote tempel, maar deze is zo kleurrijk, dat het niet mooi meer is. Er zijn heel veel hotels en restaurants in Pakse dus ook veel buitenlanders vooral Fransen. We gaan naar Tat Fan, dat is een waterval van 120 meter hoog.
Tat Fan waterval bij Pakse
Tat Fan waterval bij Pakse
Omdat het zo'n 40 kilometer ver is en niet op onze route ligt, huren we een scooter. Op zich ook een belevenis, het was lang geleden, dat ik op een scooter heb gezeten.Bij de waterval is een resort, waar we lekker hebben gegeten, want van scooter rijden krijg je ook honger. De waterval was de moeite waard om te bezoeken. Na drie heerlijke dagen in Pakse gaan we op weg naar Champasak en komen we de eerste Europese fietsers tegen, twee Franse broers, die vanuit Bangkok zijn komen fietsen.
Champasak ligt aan de overkant van de Mekong dus moeten we met een pontje over. Het pontje bestaat uit drie bootjes naast elkaar met wat planken erover. Tot mijn grote verbazing gaan er ook gewoon kleine busje op; het gaat allemaal net en we komen veilig over.
veerboot over de Mekong
veerboot over de Mekong
Ook Champasak is niet veel, maar het is de Vat Phu tempel, die er voor zorgt, dat er aardig wat buitenlanders komen. We nemen onze intrek in een guesthouse en hebben Nederlandse buren. Het grappige is, dat hij ons in Pakse zag fietsen en voor ons ging klappen, toen we moesten klimmen, om ons aan te moedigen. Het bezoek aan de tempel doen we op een gehuurde fiets, maar na een kilometer of drie heeft Willem een flinke bobbel in z'n voorband, waardoor de binnenband naar buiten komt. We gaan terug en nemen een tuk tuk. Het complex is indrukwekend, je loopt tussen de resten van gebouwen die eeuwen oud zijn. Men is de bouw begonnen in de 5de eeuw, dat blijkt uit Chinese en Sanskriet inscripties. Beneden zijn de resten van twee paleizen gedeeltelijk in zeer slechte staat,
Vat Phu het paleis
Vat Phu het paleis
op het hoogste niveau staat de van oorsprong hindu tempel
Vat Phu tempel
Vat Phu tempel
en de heilige waterbron. De top van de berg ook wel Mount Penis genoemd en de waterbron werden al voor de vijfde eeuw als een heilige plaats vereerd. Het tempelcomplex werd ontworpen als een wereldlijke imitatie van de hemel en paste in een groter plan, bestaande uit een netwerk van steden, wegen, dorpen en andere tempels. Wat je heden ten dagen ziet is het produkt van bouwen, herbouwen, veranderen en toevoegen. Het meest recente dateert uit het einde van de Angkor periode. Onderzoek door een Italiaanse archeolooog heeft geresulteerd in een gedetaileerde kaart van het complex en een gebied van 400 vierkante kilometer er omheen. Daarbij is men veel over de manier van leven te weten gekomen. De volgende dag vertrekken we naar Don Khong eiland en moeten weer de Mekong over met de pont. We gaan nu met een voetgangers pontje en bij het afstappen moesten we over een smalle plank, dus voeten in het water en fiets over de plank. Tussen de middag eten we en doen we een dutje in een open hut op palen, die langs de kant van de weg staat. Als er geen hut voorhanden is, eten we in het gras langs de kant van de weg. Willem houdt er niet zo van, er zitten namelijk nogal veel slangen, we zien er genoeg doodgereden op de weg liggen. Na 107 kilometer(record) komen we bij de pont, we moeten weer de Mekong over.
laat in de middag overvaren
laat in de middag overvaren
Dit keer gaat het gemakkelijk, om vijf uur zijn we bij het hotel. Onderweg hebben we twee Zwitserse fietsers ontmoet, die ook al een hele tijd op pad zijn. Zij hebben ons wat nuttige informatie gegeven over hotels in Cambodja. We blijven een dag op het eiland om een beetje uit te rusten en rond te kijken maar veel is er niet te zien. Voordat we de grens met Cambodja overgaan willen we nog 1 eiland bezoeken, maar als we bij het punt aankomen waar we de Mekong over moeten varen, is er geen pont maar een soort van boomstam, waarmee je overgezet wordt. Leuk voor anderen, maar wij kunnen er niet in met de fietsen. Na de teleurstelling weggeslikt te hebben, besluiten we maar naar de grens te fietsen. Maar eerst een colaatje drinken en de spullen voor de grens uit de tassen vissen. Het barst er van de toeristen dus terrasjes genoeg en zowaar ook een guesthouse. We hebben een kamer geboekt, onze spullen gestald en zijn gelijk met de boomstam naar het eiland gevaren. De tocht zelf is heel mooi; de Mekong is hier meer dan een kilometer breed met tientallen kleine eilandjes ertussen. Het eiland waar we naar toe wilden is heel toeristisch; we zien tientallen vakantiechalets met hangmatten waar witte benen uitsteken. Eigenlijk zijn we achteraf blij dat we hier niet overnachten, maar we wilden dit eiland graag aandoen, omdat er een hele mooie waterval is. Dus huren we een fiets en gaan kijken, het is de moeite waard.
waterval op Don Khot
waterval op Don Khot
Er is ook een gebied waar nog Mekong dolfijnen voorkomen; we fietsen er naar toe, maar geen dolfijn gezien. We regelen weer een boomstam, het is allemaal zeer chaotisch. Als we aan een man vragen, waar we een ticket kunnen kopen voor de terugreis naar de vaste wal, brengt hij ons zelf met zijn boot. Je ziet ook nergens iets van een opstapplaats. Ook hier is het heel primitief, maar dat heeft wel wat. Wie in Laos wil reizen moet wel avondtuurlijk ingesteld zijn, veel is er nog heel primitief. Het is een prachtig land met de mooiste natuur, die ik tot nu toe gezien heb en dat komt denk ik, omdat het een dun bevolkt land is. De bevolking is heel enthousiast en vooral kinderen roepen en zwaaien, de hele dag door hoor je sábaai-di of hello en ze blijven net zo lang roepen tot je terug zwaait, ik kom soms armen te kort. Zo kan het gebeuren, dat ik naar een kip zwaaide, omdat ik dacht, dat ik iemand hello hoorde roepen. Te pas en te onpas roepen ze thank you of good morning en als je antwoordt of zwaait, komt er een lach van oor tot oor.
In China en Vietnam waren de brommers en scooters mooi en flitsend, hier is dat allemaal veel minder en soberder. Wat me vooral ook opvalt; langs de weg rijden tot onze grote vreugde heel weinig vrachtauto's, er is zeer weinig verkeer. Vaak zie je kinderen zwemmen in riviertjes of kleine meertjes en dat levert een heel mooi plaatje op. Maar als je goed kijkt, zie je dat het water smerig is en de bevolking zeer arm, maar heel vrolijk wordt er gezwaaid, zo gauw ze ons in het zicht krijgen. Wij zijn van midden Laos naar het zuiden gefietst en hebben er 700 kilometer bij op de teller. Het was heel goed te doen, mocht er iemand op het idee komen om ook in Laos te gaan fietsen, dan zou ik zeggen, doen. Het is een heel mooi land met een relaxte bevolking. Niemand die zich druk maakt, de stadjes zij klein en rustig. Ik ben geen flatgebouw tegengekomen. Als je voor flitsend gaat moet je hier niet zijn, wij hebben Laos heel plezierig gevonden.

  • Ontmoeting Skun by Peter en Monique (Skun)
    • Wat is Azië toch mooi! by Janine en Ceriel
  • zwaaien by hans
  • Laos by Gerrie en Maarten
  • weer bijgelezen by Chantal - bike4travel -
  • de sint uit zwartewaal by sint en piet
  • groentje af by voor en tegen wint


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active