Travel Journal

Fietsen langs de Mekong

(Tuesday 14 December 2010) by fietsendeknarren
Er is veel gereageerd op onze website en daar zijn we heel blij mee.
Verder willen wij iedereen die onze website leest fijne feestdagen en een gelukkig en gezond 2011 toewensen.

Na ongeveer 20 kilometer fietsen komen we bij de grens met Cambodja. Bij het vertrek moeten we 2 dollar per stempel betalen. De "goede" man wil wel onze kips inwisselen, uiteraard niet voor de hoogste koers, maar ach, anders moeten we ze weggooien, want het is niets waard. Bij de visadienst is het zo gebeurd. Het visum kost officieel 20 dollar per persoon, daarnaast ook weer 3 dollar extra per persoon betalen; de mannen hebben er een aardig zakcentje bij op deze manier. We worden hartelijk welkom geheten door ze en worden op de foto gezet. Ik zeg dat is dan 3 dollar, maar ze trappen er niet in. De weg is erg verlaten, weinig verkeer en weinig huizen of hutjes langs de weg, we kunnen met moeite een colaatje kopen. Opeens ziet Willem in zijn spiegel twee fietsers achter ons aankomen. Twee jonge mensen, die al vijf maanden onderweg zijn, Inge en Gorden. We fietsen een tijdje met elkaar en drinken wat, daarna gaan ze in een sneller tempo verder, maar we gaan ze zeker nog zien, want we fietsen naar dezelfde steden.
Na 60 kilometer in Cambodja komt de eerste stad, Stung Treng, waar we een hotel met uitzicht op de Mekong nemen.
autowassen in de rivier
autowassen in de rivier
We blijven een dag om uit te rusten en nemen daarna een stuk de bus; we moeten nl een afstand van 140 kilometer fietsen naar Kratie, dat is te ver. We doen de helft met de bus en de rest doen we op de fiets. We fietsen een heel stuk langs de Mekong, op een dijk; mooi stuk, alleen de weg is behoorlijk hobbelig. Ook hier wordt er van alle kanten geroepen en gezwaaid. Er is een plek waar je de Mekongdolfijnen kunt zien, maar dan moeten we de Mekong over met een pont; wij hebben dat niet gedaan. We hebben wel mensen gesproken, die ze gezien hebben, er zijn er nog maar een paar honderd. Als we in Kratie over de boulevard lopen zien we Inge en Gordon aan komen fietsen. Zij hebben het stuk in 1 keer gefietst, ja dat gaat iets makkelijker als je jong bent. We hebben een leuk hotel aan de boulevard en daar zit ook een groep Nederlandse motorrijders; die toeren drie weken door Cambodja. We raken in gesprek met de gids van die groep en hij geeft nog een paar tips over de toestand van de weg, die we moeten rijden. We moeten een stuk van 130 kilometer overbruggen, dus we vragen aan de hoteleigenaar of er een hotel onderweg is. Volgens de man wel, na ongeveer 60 kilometer. Als we de volgende dag vertrekkken, moeten we 10 kilometer fietsen over een weg, die ze nog aan het aanleggen zijn. Verschrikkelijk, het is een soort rood gesteente en als we er eenmaal over zijn, moeten we ons zelf schoonmaken, want je rijdt constant door de stofwolken, die de tegenliggers veroorzaken. We hebben allebei een dikke rode stoflaag op ons zitten. Er komt na 60 kilometer maar geen hotel in zicht en als we het vragen aan iemand die goed Engels spreekt, blijkt dat we zeker nog 50 kilometer moeten en ja, na 110 kilometer in Suong eindelijk een guesthouse. Het is niet veel, maar we zijn te moe om dat erg te vinden. De volgende dag is het maar 25 kilometer naar Kampong Cham. We zijn er vroeg en bij de lunch zie ik twee fietsers voor ons hotel zitten. We rekenen snel af en gaan naar ze toe. Het zijn twee Nederlanders, Henk en Ellie en wat blijkt, ze zijn nog ouder dan wij, 70 en 68. Ze maken fietstochten van 3 maanden en doen dat al meer dan 15 jaar. Ze nemen hetzelfde hotel als wij en we spreken af om met elkaar te dineren. Als ik later over de gang van het hotel loop zie ik Gorden weer lopen. Het blijkt, dat ze ook in hetzelfde hotel zitten; drie Nederlandse fietskoppels in hetzelfde hotel. Het is heel gezellig om met Henk en Ellie te eten en aan gesprekstof geen gebrek. We blijven allemaal een dag en de volgende dag eten we weer met elkaar.
drie fietskoppels in hetzelfde hotel
drie fietskoppels in hetzelfde hotel
Inge en Gorden zijn musici; Inge is een violiste en Gorden een fagotspeler en dan maak je natuurlijk graag muziek. Daarom zingen we een Sint Nicolaas liedje en Gorden neemt het op, om naar de familie te sturen. De volgende dag moet er weer gefietst worden en gaan we allemaal een andere richting op. Ik zal met plezier terug denken aan deze ontmoetingen. Kampong Cham zelf is niet zo veel; er is wel een grote tempel vol met allerlei vreemde beelden, zoals vier monnikken in een bootje.
vier monnikken in een bootje
vier monnikken in een bootje
Wat wel leuk is, is een bamboo brug, die elk jaar opnieuw gebouwd wordt naar het eiland toe in de Mekong. Helaas was hij nog niet af; het schijnt een belevenis te zijn om er overheen te gaan. We fietsen naar Skun; dat is bekend om z'n gefrituurde incy wincy spinnen. Dat zijn behoorlijk grote joekels. Er lopen vrouwen in het stadje met schalen vol van deze beesten.
gefrituurde spinnen
gefrituurde spinnen
Het Guesthouse waar we zitten is niet veel, het is er smerig. Wel komen hier regelmatig fietsers en ook nu staan er twee fietsen naast de onze; de eigenaren hebben we niet gezien. Aan de overkant is nog een guesthouse en daar zitten ook twee Nederlandse fietsers in, waar we een leuk gesprek mee hebben. De volgende dag hebben ze al op onze website gereageerd, ik vind dat heel bijzonder. Zij hebben maar 3 weken, maar het fietsvirus had ook hier duidelijk toegeslagen. Maanden komen we niemand tegen, maar sinds we uit Savanaketh vertrokken, zitten we op een doorgaande route. Hoe dichter we bij Phnom Penh komen hoe drukker het wordt. Dankzij wat tips van Henk fietsen we zo naar het hotel en hebben een kamer met uitzicht op de boulevard met de prachtige Mekong rivier.
boulevard Phnom Penh
boulevard Phnom Penh
We hebben bijna 1000 kilometer langs deze rivier gefietst. De rivier is zo'n 4500 kilometer lang, ontspringt in Tibet en eindigt in het zuiden van Vietnam. Zoals op elke boulevard zie je de mensen al vroeg joggen en allerlei vreemde oefeningen doen voor de spiertjes; hier begint het al om half 6. We bezoeken het Tuol Sleng Genocide museum en wat je daar ziet is verschrikkelijk. Het museum is gevestigd in een voormalige school, die in de de tijd van het Pol Pot regiem gebruikt werd als martel gevangenis. Er zijn onder zijn bewind meer dan 2 miljoen mensen gedood op de meest gruwelijke manieren. Er zijn ook nog killing fields, die je kunt bezoeken, maar ik had genoeg gezien. Er liepen zelfs mensen te huilen in het museum en dat kan ik begrijpen, het is zeer dramatisch. In de voormalige klaslokalen, waar je door loopt, staan de bedden, waaraan de mensen vastgeketend zaten. Op een enkele foto aan de muur in de klaslokalen zie je hoe ze gevonden werden, toen er een eind gemaakt werd aan het bewind van Pol Pot. Wanden vol foto's met mensen die het niet overleefd hebben, ook veel kinderen. Sommige foto's zijn zeer indringend; mensen met een angstige blik in hun ogen; de rillingen lopen over je rug en naar sommige dingen kon ik niet kijken zo gruwelijk. Gelukkig zijn er ook leuke dingen te doen in Phnom Penh, zoals het paleis bezoeken met de zilveren pagode, erg mooi.
paleis in Phnom Pehn
paleis in Phnom Pehn
De koning woont er nog in een apart gedeelte; hij is zelf ook behoorlijk apart. Hij was een balletdanser, niet getrouwd, geen kinderen en elke Cambodjaan die het over zijn koning heeft, moet lachen, hier noem je de dingen niet bij de naam, maar je lacht. Phnom Pehn is heel gezellig en barst van de westerlingen; ook oude bierbuikerige kerels met jonge meisjes zie je regelmatig trots voorbij lopen, als je op een van de vele heerlijke terrasjes zit. We bezoeken het National museum of Cambodia gevestigd in een prachtig traditioneel ontworpen gebouw in terracota structuur.
museum in Phnom Penh
museum in Phnom Penh
Het heeft werelds mooiste collectie Khmer beelden; helaas mogen er geen foto's gemaakt worden, ook niet stiekum. We slenteren door een winkelcentrum en kopen allebei nieuwe schoenen. Ik sandalen en dat valt niet mee, want een Aziatische vrouw loopt op hoge hakken; maar de kleinste maat sandalen is voor heren maat 39, maar na lang zoeken...... We moeten verder en gaan nu noordwestwaards en dat betekent wind tegen. Na 40 kilometer hebben we een guesthouse. We kunnen ook bij de monikken slapen, maar dat is vrij duur en spartaans; wel gaan we bij het monnikkencentrum kijken en het ziet er erg mooi uit. Er staat ook een prachtige pagode in dit gebied, die we gaan bekijken. Na 300 treden ben je op de berg, waar hij is gevestigd. Willem gaat naar boven, ik blijf bij de fietsen.
prachtige pagode onderweg
prachtige pagode onderweg
De volgende dag fietsen naar Kampon Chuang, een plaats waar drijvende dorpen zijn. Het ziet er allemaal zeer armoedig uit en we worden erg lastig gevallen door bootverhuurders, dus we blijven niet lang. Als we de volgende dag tussen de middag willen eten langs de weg (ons eigen brood) is het moeilijk een plekje te vinden waar je kunt zitten. Als dat eindelijk lukt komen er twee bussen aan met jongelui; dus wegwezen, meestal zijn ze erg nieuwsgierig en je wilt een beetje uitrusten en niet constant lastig gevallen worden met altijd weer diezelfde vragen. We stappen op en zien een leeg schoolplein, waar we kunnen zitten en eten. Maar helaas, na twintig minuten komen de leerlingen, ook op zaterdagmiddag is hier gewoon school. Bij het stadje, waar we wilden overnachten, vinden we het guesthouse zo smerig, dat we besluiten door te fietsen. Dus wordt het weer een fietsdag van 100 kilometer, maar we zijn dan wel verzekerd van een goed hotel. We nemen hier in Pursat een dag rust, want de dag erna staat er 105 kilometer op de kaart naar Battambang. We zitten om half zeven de volgende ochtend al op de fiets. We fietsen de hele dag in een rustig tempo, dat is voor mij het gemakkelijkste, dan hou ik het het langst vol. Na 110 kilometer en een regenbui komen we in Battambang aan. Het was een prima fietsdag, niet te warm en de weg was goed. Alleen wordt er ontzettend hard gereden en als de Cambodjanen al een auto hebben, moet het natuurlijk een grote zijn. Het is een snelweg, maar tweebaans, je komt door tientallen kleine dorpen, maar je voet van het gaspendaal halen, als je door het dorp dendert, dat is te veel gevraagd. Er zijn tientallen scholen langs de weg met fietsende of lopende kinderen, maar de kinderen blijven er vrolijk onder, ze zijn aan de wegpiraten gewend. Maar gevaarlijk blijft het en zo denkt ook de politie erover, want er was wel een snelheidscontrole en dan zie je natuurlijk iedereen rustig rijden. Wat het vooral ook gevaarlijk maakt zijn de mensen die op het dak van de auto's zitten. Je ziet hier ook tientallen kleine vrachtwagentjes rijden, die meters hoog opgeladen zijn, daarbovenop zitten dan nog mensen en aan de achterkant steken er soms nog een paar motoren uit. Nergens heb ik zulke volgeladen vrachtwagentjes gezien als in Cambodja. Er zijn ook van dit soort vrachtwagentje volgeladen met mensen, dit is nog goedkoper dan de bus. Het heeft wel nadelen; als de chaffeur honger heeft, gaat hij rustig op z'n gemak in een restaurantje zitten eten en moet je gewoon wachten tot hij uitgegeten is; wat iedereen dan ook zonder problemen doet; dat is wel knap want deze wagentjes zijn soms zo vol geladen, dat je eigenlijk niet fatsoenlijk kunt zitten. In Battambang stappen we op de boot naar Siem Reap een tocht van 6,5 uur. Er zijn hoofdzakelijk westerlingen aan boord en hij zit propvol. Dit zorgt ervoor dat Willem steeds bij de fietsen moet blijven, want mensen respecteren andermans eigendommen maar moeilijk en kunnen er niet vanaf blijven. Het is een bijzondere tocht;
huizen langs de rivier
huizen langs de rivier
wassen in de rivier
wassen in de rivier
het grootste gedeelte gaat over een rivier met hier en daar een dorp op het water. Dan komt er een heel smal stuk, je vaart door een soort van bos en de vaarroute is eigenlijk te smal. De boot is aan de zijkant open, dus de takken zwiepen om je oren en is het duiken geblazen, wil je ze niet voor je hoofd krijgen, na 8 uur zijn we er eindelijk. Siem Reap is heel toeristich en ontzettend druk. Wij nemen een hotel buiten het centrum, wat wordt gerund door een Nederlander. Het is er een oase van rust met een heerlijk zwembad. Alles draait hier om de Angkor tempels en dat is goed te begrijpen. Het is het belangrijkste tempelcomplex in Cambodja en de Angkor Wat tempel wordt de moeder der tempels genoemd. Het is een prachtige tempel uit 1100 na Cristus, zeer de moeite waard.
Angkor Wat Tempel
Angkor Wat Tempel
De geschiedenis is gevat in prachtige reliefs op de muren en is op de meeste plekken in zeer goede staat.
afbeelding muur Angkor Wat tempel
afbeelding muur Angkor Wat tempel
Het zijn wel veel oorlogs taferelen, ook toen werd er zeer regelmatig gestreden. We bezoeken de belangrijkste tempels; om ze allemaal te bekijken heb je minstens 1 week nodig. Omdat het zo veel bezoekers trekt, wordt je veel lastig gevallen door kinderen, die iets proberen te verkopen. Kopen doen we niets, maar we laten ze wel op onze fietsen passen en betalen daar dan voor. De eerste dag gingen we n. l. op fietsen van het hotel, maar omdat het toch wel zo'n 30 kilometer is, had ik een behoorlijk pijnlijk achterwerk, dus de volgende dag op onze eigen fietsen. We fietsen door een stadspoort en je kunt je niet voorstellen, dat er een stad heeft gelegen met een miljoen inwoners. De huizen waren van hout, daar is niets meer van over, maar de prachtige poorten staan er nog steeds. Het hotel waar we zitten krijgt regelmatig Nederlandse fietsers, ook nu een echtpaar en twee dames van 64 en 66 jaar, die voor het eerst in Azie gaan fietsen. Eindelijk ook eens dames op de fiets. Ik heb er grote bewondering voor, want dat moet je maar durven. Als we weer vertrekken, moeten we die dag weer een afstand fietsen van 110 kilometer. Er was wel een guesthouse na ongeveer 60 kilometer, maar ik wilde er niet slapen (te vies). De volgende dag naar de grens gelukkig niet zo ver meer. En dan zit Cambodja erop. We zijn hier veel fietsers tegengekomen. Het is hier ook prettig fietsen; vlak en de wegen zijn over het algemeen goed. Veelal wonen de mensen langs de weg en honderden verbaasde gezichten hebben ons nagestaard. Duizenden kleine handjes zijn de lucht in gegaan om naar ons te zwaaien; ontelbare keren is er naar ons geroepen en gelachen. In China is het een uitlachcultuur, hier een toelachcultuur. Mensen zijn zeer vriendelijk, maar hebben toch ook zo hun eigenaardigheden. Om er maar 1 te noemen, als je een kat met een halve staart tegenkomt, dan weet je dat hij van iemand is; toch een ietswat vreemde manier van dierenliefde. Ik heb verschillende mensen achter op de brommer zien zitten, die aan een infuus zaten. Ze hebben het op een stok gebonden, die ze dan omhoog houden. Nog een eigenaardigheid is het buiten lopen in pyama; ook in China en Laos heb ik dat gezien, bij zowel mannen als vrouwen. We zijn nu in Thailand en ik ben benieuwd of dit net zo'n prettig land zal zijn om door te fietsen.

  • incy wincy spinnen...... by Ivon
  • fijne dagen by Cor van der Veken
  • geweldig by bea
  • Henk en Ana de Jongh by Henk en Ana de Jongh
  • Wat een mooie plaatjes en belevenissen by Ingrid
  • Bekenden by John
    • Kees Koppenol by Willem Freeke
  • Dat is nog eens genieten by Theo
  • Fijne feestdagen by Vera
  • spinnen????????????????????? by mettina


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active