Travel Journal

Bali een paradijsje

(Thursday 28 July 2011) by fietsendeknarren
We waren erg blij met de reacties op onze website.

We zijn in Surabaya aangekomen na 850 kilometer slechte weg, ongelofelijke herrie en hartverwamend vriendelijke aanmoedigingen.
Je moet stalen zenuwen hebben om op Java te fietsen en inmiddels hebben we die tegen wil en dank.
We hebben een hotel geboekt via internet met een gewone kamer. We krijgen de Japanse suite en daar zijn we natuurlijk blij mee; het is ook wel eens anders. We gaan het "house of Sampoerna" bezoeken, dat is een sigaretten fabriek, waar ze kruidnagel sigaretten vervaardigen. Tientallen meisjes rollen met een duizelingwekkende vaart honderden sigaretten per dag; op de maat van de gamelan muziek deinen ze mee.
de meisjes van.........
de meisjes van.........
Het zijn net de meisjes van Verkade, die meedeinen op de arbeidsvitamine. Er is een heel mooi museum bij. We gaan per taxi, maar de chauffeur denkt er een slaatje uit te slaan en maakt een omweg. Willem wijst er een paar maal op, dat hij de verkeerde kant uitgaat, maar hij gaat onverstoorbaar door. Bij het afrekenen geeft Willem een strafkorting en betaald niet het volle bedrag. De chauffeur verweerde zich nauwelijks; hopelijk flikt hij het de volgende keer niet meer. Dit is trouwens de eerste maal, dat dit gebeurt, voorzover wij kunnen nagaan tenminste. Na Surabaya steken we met de veerboot over naar Madura in de hoop, dat het daar wat rustiger is; nou dat valt erg tegen; de wegen zijn even smal, slecht en druk. We fietsen naar Bangkalan en hebben een aardig hotel; alleen de herrie s'-morgens is verschrikkelijk; om 5 uur gaat het licht op de gang aan en wordt er gelachen en geschreeuwd. Ik snap wel, dat de mensen zo vroeg zijn, want om ongeveer 4 uur 's-nachts begint de imam te bleren, dat het een lieve lust is, daarbij komt nog, dat er op haast elke straathoek een moskee staat en dat gaat tegen elkaar op; soms wel een half uur lang, dus iedereen wakker, wij ook, ik vind het nogal opdringerig overkomen al dat geschreeuw; s'nachts is wel het ergste; overdag heb je er niet zo'n erg in, omdat er dan toch al veel herrie is. We besluiten om langs de zuidkant van het eiland te fietsen, omdat daar de hotels zijn. De tweede dag was loodzwaar, veel klimmen en veel verkeer, slechte weg en natuurlijk de brandende zon. Waar doen we het eigenlijk voor, vroegen we ons af, maar de volgende dag langs de prachtige zee met een heerlijk verkoelend windje, dan weet je weer, dat je eigenlijk heel bevoorrecht bent.
kust Madura
kust Madura
De vriendelijkheid die je steeds krijgt is gewoon hartverwarmend. De mensen zijn hier wel opdringeriger dan op Java en ze vragen om geld, dat is nog niet eerder gebeurd in Indonesie. We komen ook hier in een verkeerschaos terecht bij een dorp, omdat er veemarkt was. Hoofdzakelijk koeien en geiten, maar ook hele zakken met eenden; ik vind het behoorlijk zielig.
eenden in de zak
eenden in de zak
Je ziet hier ook nog veel vervoer met paard en wagen. Wat me ook opvalt, is, dat je nogal wat mensen langs de kant ziet, die de weg kwijt zijn (letterlijk en figuurlijk). Vaak ook nog helemaal naakt en niemand die zich er aan stoort blijkbaar, zowel op Java als op Madura; men negeert het, lijkt wel. Morgen gaan we met de veerboot terug naar Java en dan nog een dag fietsen naar Bali; als we tenminste niet al te vierkante wielen hebben gekregen van al het gehobbel. Om 5 uur op om naar de boot te fietsen. We moeten om 7 uur aanwezig zijn en fietsen 13 kilometer er naar toe, heerlijk koel en lekker rustig op de weg, maar helaas de boot gaat niet die dag. Er is een mankement en we moeten morgen maar terugkomen in de hoop dat het dan voor elkaar is. Daar sta je dan; om 8 uur waren we in plaats van op zee weer in het hotel. Gelukkig een goed hotel. We gaan het paleis dan maar bezoeken en als we in het gastenboek kijken, valt het ons op, dat er veel Nederlanders komen. Het is dan ook de moeite van een bezoekje waard. Verder doen we niet zo veel. Er zijn hier koeien races, maar daar ga ik niet naar toe, die zijn nl. nogal dier onvriendelijk. Wel ga ik 's-avonds me te buiten aan een heerlijke enorme vis, in een leuk restaurant naast ons hotel, a raison van 3 euro. Het eten is hier heel goedkoop en dat is maar goed ook, want het relatief dure Bali komt eraan. Gelukkig gaat de boot de volgende dag wel, dus opnieuw vroeg uit de veren. Eenmaal aan boord zoeken we een bed uit, want zitten kunnen we niet, alleen liggen. Het is behoorlijk vol en als iedereen even langs ons is gelopen en ons heeft bekeken, wordt het al gauw rustig en hebben we heerlijk liggen slapen zoals iedereen, want ja, je moet je natuurlijk wel aanpassen. Dit was een vrij snelle boot ;om half een stonden we weer op Java en moesten we nog 60 kilometer fietsen en klimmen tot 300 meter. Dit alles graag voor half 6, want dan is het donker en in het donker fietsen is geen pretje. Deze informatie hadden we uit het verhaal van Thea en Bernard, dus we wisten wat ons te wachten stond. Voor het donker waren we gelukkig in een leuk hotel (met zwembad), maar zwemmen daar had ik geen puf meer voor. Je fietst toch een beetje gehaast, want 60 kilometer in een middagje, en ook nog klimmen, vind ik behoorlijk wat. We zien Bali aan de overkant liggen en ik verheug me er erg op.
Bali in zicht
Bali in zicht
Inmiddels zitten we nu in een heerlijk resort op Bali en kijken uit over zee. We houden een dag rust, want na Java kan ik dat wel gebruiken. We gaan met een vissersboot naar het koraalrif om te snorkelen en dan zie we zulk prachtig koraal; zo mooi hebben we het nog nooit gezien; allerlei kleuren, grote blauwe zeesterren op de bodem, prachtige vissen, ik wist niet wat ik zag. Fietsen op Bali is een verademing; de wegen zijn tot nu toe veel beter, maar we zitten dan ook nog aan de rustige noordkant; de drukte moet nog komen.

Hier komt een verhaal van een hond en van een nest met mieren.
Als ik 's-nachts om half 4 met moeite onder de klamboe vandaan kruip (geen airco) om naar het toilet te gaan, hoor ik een hondje janken.
Ik dacht, die heeft mot met z'n broertjes en zusjes en zet het op een janken. Het bleef maar duren en duren en werd steeds erger; ja dan kan ik toch niet meer slapen en besluit op onderzoek uit te gaan. Het is stik donker in het resort dus best een beetje griezelig. Willem gaat gelukkig met me mee; we hoeven niet ver te zoeken; hij is in een soort vijver gevallen van een paar meter diep; gelukkig maar een klein laagje water erin.
Tussen de bamboe stengels zit hij te bibberen; op dat moment kunnen we niets doen zonder ladder, maar waar vindt je die in het donker; hij moet dus nog even wachten tot het licht is. Het hardverscheurende gejank is inmiddels afgelopen; volgens mij had hij het gevoel, ik ben gevonden en nu komt het goed. Ik probeer nog even te slapen, maar hoor hem nog steeds piepen. Zo gauw de eerste lichtstralen te voorschijn komen en ik iets kan zien, ga ik er weer heen. Ik zet een barstoel met hele lange poten in de vijver; klim heel voorzichtig over de rand en ga naar beneden op de onderste tree van de stoel staan. Ik kan net niet bij hem komen en probeer hem met mijn stem te lokken, maar het beestje is doodsbang; dit werkt niet . Ik klim uit de vijver en zoek iets om hem mijn kant op te bewegen. Ze hebben hier van die stoffer en blikken, waarvan het blik vrij groot is en een lange steel heeft. Ik dacht, als ik het blik onder zijn kont kan schuiven, til ik hem er zo uit, helaas. Wel ging hij richting stoel, dus ik weer in de vijver en kon hem net bij z'n nekvel grijpen. Hij was zo bang, dat hij nog probeerde te bijten. Ene flinke zwaai en hiij stond op de kant en weg was ie. Niemand van het personeel was gaan kijken en wij waren de enige gasten; de eigenaar liet blijken, dat hij zich alleen maar geergerd had aan het gejank.
De volgende dag na 20 kilometer fietsen, nemen we een huisje aan het strand. Het waaide heel hard en en we hadden al een flinke bui gehad; de zee is op nog geen 10 meter afstand; de golven zijn hoog. Wat een heerlijk geluid is het, de branding, dat maakt een hoop goed, want het huisje zelf is niet zo geweldig. Ik zie een paar mieren lopen en denk, laat ik ze even dood spuiten, maar daar houden ze niet van, dus opeens komen er honderden te voorschijn. Ik schrok me rot; ze gaan wel allemaal dood, maar het is geen prettig gezicht en gevoel, dat er zoveel mieren in je kamer wonen. Hier gaan ze toch heel anders om met zulke dingen; de eigenares veegt de boel bij elkaar, niets aan de hand, ze pakt ze met haar handen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en dat is het natuurlijk ook. Je zit uiteindelijk midden in de natuur en ja mieren horen daar nu eenmaal ook bij.

De resorts waar we tot nu toe hebben gezeten zijn nogal basic. Er zijn hier geweldige resorts, maar die zijn voor ons te duur, 70 euro per nacht is teveel. Nu zitten we in een heerlijk resort binnen ons budget. We wilden hier gaan snorkelen; er ligt nl. een Amerikaans schip op de bodem; getorpedeerd door de Japanners in de tweede wereldoorlog en dat is helemaal begroeid met koraal. Eigenlijk moet je daar duiken; het ligt 4 tot 26 meter diep, maar met de snorkel is er ook veel van te zien. Helaas voor ons is het slecht weer, het waait en regent al een paar dagen; de zee is veel te ruw om ook maar iets te zien. De volgende dag fietsen we dus maar door naar Amed, dat is een klein vissersdorp 15 kilometer verder. We komen bij een resort, maar dat is vol. Aan de overkant staat een jongen bij een duikschool en zegt in het Nederlands goedemorgen. Zij hebben drie kamers te huur en je komt werkelijk in een paradijs zo mooi. Het is hun ouderlijk huis geweest met een heerlijk zwembad en prachtige kamers en een goed restaurant.
luxe
luxe
We blijven 3 dagen en genieten volop van de goed gevulde boekenkast; buiten het snorkelen (er ligt een koraalrif voor het strand) hebben we allebei twee boeken uitgelezen. Het is een klein maar gezellig plaatsje. We gaan verder naar Carsi Desa en dat is een behoorlijke klim. We hebben een leuk hotel en de ene na de andere fietsfamilie arriveert; veelal met jonge kinderen, die allemaal een rondje Bali doen; geweldig, wat een fantastische ervaring voor kinderen. We besluiten drie dagen te blijven en huren een scooter om naar Tirhagangga te gaan. Daar zijn de koningsbaden met het heilige water van de godin Gangga, erg mooi.
konings baden bij Tirhagangga
konings baden bij Tirhagangga
De baden liggen in een prachtig landschap. Er is op het moment een festival in Bugbug en je ziet iedereen mooi gekleed naar de tempel gaan met grote manden eten om te offeren; gelukkig nemen ze de manden ook weer mee terug. (zou zonde zijn van al dat eten) Al die rituelen die er bij komen kijken, het is op zijn minst gezegd heel apart. Er volgt een groep met meisjes in traditionele kledij,
danseressen in Bugbug
danseressen in Bugbug
die dansen en dan komen stoere mannen met zwaarden. Het duurde allemaal wel vreselijk lang, voordat er werkelijk iets gebeurde. We zijn daarom weg gegaan, voordat het donker werd. Ze snijden zichzelf ook en dat wil ik niet zien. Het is zo vreselijk druk, dat je in de verdrukking komt. Een balinees schroomt niet om zich door de mensenmassa heen te persen en dan voor je te gaan staan en niemand die iets zegt, want iedereen doet dit. Bij ons zou er grote ruzie ontstaan, hier is het normaal. We bezoeken ook nog het dorpje Tenganan; daar leven de Bali Aga, de oorspronkelijke Balinezen. Het dorp is door een poort te bereiken en is helemaal ommuurd; ze leven daar nog volgens traditionele regels, ik zie ze niet, wel veel winkeltjes waar ze hun waar en souveniers verkopen.

De volgende dag fietsen we naar Klung Kung. We slaan onderweg af om langs de haven Padangbai te gaan, waar de veerpont naar Lombok vertrekt. Volgens het boek moeten er mooie beschilderde schepen liggen. Deze drijverboten zijn van overwegend islamitische vissers; de boten hebben een boeg, die op een opengesperde bek van een krokodil lijkt. Maar helaas er is geen boot te bekennen. We komen ook langs Goa Lawah, een vleermuisgrot en dat is wel aardig; je ziet duizenden vleermuizen, die de diep in de rots gelegen grot bevolken. De grot zelf mag je niet in, daar hebben ze een tempel van gemaakt, maar gelukkig zijn er genoeg vleermuizen, die vooraan hangen, zodat je ze toch kunt zien. In Klung Kung nemen we een hotel om het Kerta Gosa te bezoeken en dat is werkelijk prachtig. Het is nauwelijks te geloven, dat het hooggerechtshof van Bali tot 1950 in de rechtszaal Kerta Cosa bijeenkwam.
kerta cosa in Klung Kung
kerta cosa in Klung Kung
Het paviljoen (Kerta Cosa) ligt hoger in de eilandtuin, die behoorde bij het door Nederlanders in 1908 verwoeste paleis. Het is beroemd om de schilderingen in Wayang stijl, die de hemelse vreugde van de goden, maar vooral de helse martelingen en folteringen, die zondaars te wachten staan, afbeelden.
dames in de pot
dames in de pot
Van het paleis staat alleen de poort nog met een paar beelden van Nederlanders. In het museum kun je nog Nederlands-Indische kranten lezen uit 1908. We gaan ook naar het dorpje Kamasan, waar veel schilders wonen, die de renovatie van de muurschilderingen van het Kerta Cosa uitgevoerd hebben; er werd alleen met natuurlijke verf gewerkt, die ze zelf maakten. We bezoeken een van de schilders en zien hoe hij z'n verf vervaardigt. We gaan op weg naar Ubud en maken ons wel een beetje zorgen, er zijn 325 hotels in Ubud, maar de meeste zijn te duur. Ik zoek er een uit op het internet, die redelijk geprijsd is, maar was vergeten te kijken of er plek was; helaas vol. Na het vierde hotel (je gaat gewoon van deur tot deur) hadden we een kamer met aan de overkant een heerlijk restaurant. Onderweg naar Ubud hebben we de Goa Gajah bezocht (olifantsgrot) Deze grot is in 1923 door Nederlandse archeologen ontdekt. Zij kozen die naam, omdat het enorme reli�f
olifant grot
olifant grot
bij de ingang veel op een kop met olifantsoren lijkt. Aan de voorkant van de grot werd in 1954 een grote, waarschijnlijk 1000 jaar oude badplaats opgegraven, die door zes waterspuwers in de vorm van bronnimfen werd gevoed.
nimfen bij de badplaats
nimfen bij de badplaats
Ubus zelf is eigenlijk niet veel; een paar straten met alleen maar souvernierwinkels en restaurants. Lekker eten kun je hier wel en gezellig is het ook voor een paar dagen, het krioelt er van de toeristen. We gaan er nog een dag op uit met de fiets om een paar tempels te bezoeken en een mooie muur vol reliefs behorende bij een badplaats. Ubud is een kunstenaars dorp. In het verleden hebben hier veel westerse kunstenaars gewoond en gewerkt, vooral schilders. Ook Nederlanders; je komt namen als Arie Smit tegen. Maar de belangrijkste westerse schilders waren Spies, Bonnet en Blanco. Er is een prachtig renaissance museum met werk van Blanco. Het museumgebouw zelf is al de moeite waard, de renaissance stijl is nogal overdadig en dat vindt je hier heel duidelijk terug. De lijsten, waarin zijn doeken hangen, zijn heel bijzonder en allemaal zeer overdadig gedecoreerd; zijn schilderijen zijn prachtig. Dan zijn er nog twee andere musea, met werk van de plaatselijke kunstenaars, een daarvan is het Puri Lukisan Museum, waarbij de Nederlander Bonnet een grote rol heeft gespeeld. Hij richtte samen met Spies een kunstenaarsvereniging op waar 150 plaatselijke kunstenaars lid van waren.
Veel van de werken van deze kunstenaars zijn te bewonderen in de musea. Het jammere is, dat er in de musea weinig toeristen te bekennen zijn, terwijl het dorp eigenlijk hierom beroemd is geworden. Op straat daarintegen is het een gekkehuis. Als je even de moeite neemt om een paar kilometer achter de winkelstraatjes omhoog te lopen, dan kom je bij prachtige sawa's.
sawa's bij Ubud
sawa's bij Ubud
Het hotel waar we zitten is bedroevend slecht; op de ochtend van vertrek komen er ineens houtwormen onder de plint vandaan, de plint zelf was waarschijlijk opgevreten, dus moesten ze op zoek naar iets anders. Als er schoongemaakt moest worden, kwam er een ploeg van zo'n 8 jongens aangesjokt. Ze doken met z'n allen de kamer in, maar echt schoon werd het er niet van. Hygiene is hier toch een heel ander begrip dan in Nederland.

We vertrekken naar Sanur en vinden een heerlijk hotel; we konden maar twee dagen blijven, omdat het vol was. Maar ik krijg net te horen, dat we nog twee dagen langer kunnen blijven. Ik zit heerlijk in de tuin bij het zwembad te schrijven; wat wil een mens nog meer!
We blijven hier tot we op 30 juni naar Australie vliegen, we kunnen hier mooi de fietsen schoonmaken, want die moeten glimmen, anders komen ze Australie niet in. Toch kunnen we het fietsen niet laten en gaan nog even op en neer naar Kuta. Wat een gekkehuis, zo druk, wel met mooie resorts aan het strand met veel, heel veel westerlingen. Indonesie zit er bijna op en ik moet zeggen, dat ik wel een beetje Azie moe ben; de herrie en drukte; soms vieze hotels en slechte wegen. Op Bali hebben we het heerlijk rustig aan kunnen doen. In Australie zal het heel anders gaan; daar gaan we weer kamperen, dus ook ons eigen potje koken en elke avond de tent opzetten. We zijn in ieder geval voldoende uitgerust om deze nieuwe uitdaging aan te gaan. Indonesie is een prachtig land, vooral Bali is heel mooi, weelderig groen; er staan ontelbare huisaltaren en familie tempels en er zijn heel veel rituelen op het eiland. Dat maakt, dat het totaal anders is dan de rest van Indonesie. Mannen en vrouwen zijn hier relatief gelijkwaardig. Vrouwen kunnen eigendom bezitten en politieke en godsdienstige macht uitoefenen. Vrouwen kunnen zich op Bali aanzienlijk vrijer bewegen dan in Islamitische landen. Mannnen en vrouwen gaan ongedwongen met elkaar om, hoewel Balinese gebruiken vaak behoudener en preutser zijn dan in het westen. De mensen op Bali zijn mooi gekleed; de mannen in een blouse met lange rok en vaak iets op het hoofd; de vrouwen zijn sierlijk en elegant. Op Java en Madura ziet het er anders uit, omdat het Islamitisch is, moet alles bedekt zijn en vooral niet elegant. Indonesiers zijn de aardigste mensen, die we tot nu toe ontmoet hebben, daarmee zijn de Iraniers onttroont. Overal waar we kwamen, werden we buitengewoon vriendelijk behandeld en deed men alle mogelijke moeite het ons naar de zin te maken. Wat me vooral opviel hier, is, dat men doet wat men zegt; dat hebben we wel eens anders meegemaakt; dan moesten we maar afwachten, dat is hier niet aan de orde. Op de eilanden, waar wij gefietst hebben, is het oude Nederlands Indie, zoals wij het kennen uit de geschiedenis boeken, er niet meer. Door de overbevolking, verstedelijking, moderne architectuur en het vele verkeer is er een ander Indonesie ontstaan.
Toch zijn er nog banden met Nederland door familie en werden we bovendien dikwijls in het Nederlands aangesproken.
Wij hebben ondanks de drukte veel mooie dingen bezocht, hebben genoten van het land en er weer 1450 kilometer bij op de teller.

  • voldaan na afzien.... by voorentegenwintthuis
  • volgende keer langer by Joyce en Henk
  • Weer mooie verhalen by Ingrid
  • Bali by Ivon
  • kamperen !! by Gerrie en Maarten
  • mieren en klieren by mettina
  • mooie avonturen by Vera Lems
  • Bali ontmoeting in Candidasa by jaap.judith@casema.nl
  • contact cambodja-groesbeek, beter laat dan nooit! by henk en nellyde graauw,groesbeek


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active